U kunt uit de volgende kleuren kiezen:

1. Warm Wit (3000 Kelvin)
2. Helder Wit (4000 Kelvin)
3. Koud Wit (6000 Kelvin)
4. RGB+CCT (2800 Kelvin-6500 Kelvin)

UGR Waarde

Unified Glare Rating is een kengetal dat grotendeels in aanzienlijke mate sprake is van lichthinder / verblinding. 
In NEN 12464-1 wordt in tabellen de UGR waarde voor vele verschillende soorten ruimten weergegeven. 
De gemiddelde waarde ligt tussen de 15-30. Een lage waarde staat voor weinig verblinding. 
Een waarde lager dan 10 betekent geen verblinding.

De waarde wordt bepaald door:
Bepalen van de UGR Waarde.

Led Eindhoven heeft UGR19 Ledpanelen op voorraad

1. Meetpunt

Verlichting straalt licht uit. 
Hoe deze straling in het oog valt, wordt bepaald door de locatie waar een persoon zich geeft. 
Dit is bepaald voor de mate van verblinding.UGR verblinding.

2. Reflectiefactoren & 3. Locatie

De grote van een ruimte en de eigenschappen van de afbakening (muren/vloer/plafond etc.) 
zijn van invloed op de mate van verblinding. 
In de voedselproductie zijn muren vaak wit-glimmend. Ivm hygiëne. 

Deze muren reflecteren licht en zijn daarmee van invloed op de UGR. 
Hoe groter de ruimte, hoe minder verblinding. 
Daarnaast wordt de functionaliteit van de ruimte bepaald. Voor een ruimte waar niet of nauwelijks 
omhoog wordt gekeken is UGR minder belangrijk dan in een sporthal.

4. Verlichtingsproduct UGR afscherming

Verlichtingsproducten kennen diverse waarden. Door het toepassen van een 
niet-transparante afscherming wordt de verblinding minder verminderd.

UGR-waarde in NEN-norm Normen zijn vastgelegd in NEN 12464-1. Een overzicht:

Gang <28
Bedrijfshal <25
Trap en lift <25
Kantoor <19 <21
Tekenkamer <16

Bouwproductenverordening (CPR)
De nieuwe wetgeving Europese Bouwproductenverordening (CPR) heeft als doelrisico’s tijdens brand in gebouwen te verminderen. 
Omdat CPR specifieke eisen stelt aan het merkgedrag van kabels, 
zorgt dit voor een betere kwaliteitsborging. 
Hierdoor wordt het risico tot slachtoffers tijdens merk verminderd. 
Kabels worden krachtig in verschillende brandklassen (‘Reaction to Fire’).

 

CE-markering en Prestatieverklaring (DoP)

Vanaf 1 juli 2017 zijn verplicht verplicht om alle CPR-geclassificeerde kabels te leveren 
met een Prestatieverklaring (DoP) met brandclassificatie en CE-markering. 
Niet-CPR-gecertificeerde kabels mogen niet meer in de handel worden gebracht.

Alle kabels voor permanente installatie in bouwwerken dienen vanaf 1 juli 2017 
voorzien te zijn van een CE-markering. 
Deze marketing geeft aan dat het product voldoet aan de wettelijke eisen. 
In de Prestatieverklaring staat alle informatie over het product en zijn prestaties samengevat. 
Met deze verklaring neemt de fabrikant de volledige verantwoordelijkheid 
voor de conformiteit van het product met de foutieve prestaties.

Machtsfactor

De machtsfactor geeft de relatie tussen het werkelijk vermogen (P) en het schijnbaar vermogen (Ps) weer. Het schijnbare vermogen wordt niet gezien op de kWh-meter, vandaar ook de naam. Elektronische apparatuur met een lage factor verbruiken meer stroom dan nodig is. De hoeveelheid onnodig stroomverbruik wordt blindstroom genoemd. De blindstroom ontstaat doordat de capaciteit in het elektrische circuit regelmatig wordt geladen en weer ontladen. De aanwezige zelfinducties bouwen herhaaldelijk een magneetveld op en breken het weer af.

Formule PF

De powerfactor zorgt voor een grote mate van een ongewenst stroomverbruik. In een ideale situatie is de waarde 1, dit betekent dat er geen sprake is van blindstroom. Een Powerfactor van 0,9 betekent dat er 10% meer stroom wordt verbruikt. Dit wordt veroorzaakt door het faseverschil tussen de spanning (Volt) en de stroom (Ampère). 

Het werkelijk vermogen (P)

Dit is het vermogen waarvoor betaald moet worden aan de energieleverancier. Neem als voorbeeld een lamp van 100 watt die 10 uur brandt. Deze lamp maximaal in totaal 1kWh (10uur x 100W = 1 kWh). Een standaard huishouden per kWh in Nederland Gemiddeld €0,22.

Het schijnbaar vermogen (S)

Bij een gewone weerstand, bijvoorbeeld een gloeilamp, is het schijnbaar vermogen gelijk aan het werkelijk vermogen. Bij inductieve belastingen (bijvoobeeld: TL verlichting) en complexere elektronica is het schijnbaar vermogen groter dan het werkelijke vermogen. Dit betekent dat er sprake is van blindstroom, er wordt meer stroom dan werkelijk nodig. Dit is een beknopte uitleg van de powerfactor. Kijk voor een gedetailleerde uitleg op de website van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Powerfactor en verlichting

Zowel LED als de driver verbruiken stroom. De hoeveelheid geproduceerde blindstroom van een driver is afhankelijk van de powerfactor. Het hogere kwaliteitssegment LED verlichting heeft een powerfactor van minimaal 0,95. Inferieure LED producten hebben een factor van bijvoorbeeld 0,6. Het schijnbare vermogen is dan bijna twee maal groter dan het werkelijke vermogen. Dit resulteert in veel blindstroom en een gevaarlijke situatie voor de elektrische bedrading en groepskasten. Een hoge powerfactor is essentieel.


Wat zijn de mogelijke oplossingen in het geval uw led verlichting zwak blijft branden

Bij de installatie van uw verlichting gebeurt het dat, eenmaal de installatie gedaan is en u de verlichting uitschakelt, de led lampen toch licht blijven branden. Vaak wordt gedacht dat dit te veroorzaakt is aan de ongewenste verlichting maar dat is niet altijd het geval. LED-lampen hebben weinig spanning nodig. Wanneer de spanning onvoldoende is, zal de lamp niet branden en op dat moment zal de spanning zich in de lamp opladen. Dit is de populaire lekstroom van inductiespanning. Zodra de overspanning voldoende is, wordt deze ineens ontladen wat daaruit voortvloeit in kort na aanleiding van de lamp. Dit is niet gevaarlijk en leidt niet tot een vermindering van de lamp maar het kan wel vervelend zijn. Of het nu gaat om inbouwspots, wandlampen, hanglampen railspots, u kunt dit heel eenvoudig verbeterd met een eenvoudige aanpassing aan uw schakelaar of met andere technieken. geven we eerst een overzicht van 2 soorten schakelaars.

1) Enkelpolige schakelaar

Een polige of enkelvoudige schakelaar wordt gebruikt wanneer u een lichtpunt op 1 plaats wilt bedienen. Deze schakelaar wordt meestal geplaatst aan de ingang van een kamer, vlakbij de deur. Bij een eenpolige schakelaar heb je 1 aansluiting: 1 fasedraad en 1 schakeldraad. Enkel de bruine draad (L1) wordt onderbroken wanneer de schakelaar uitgeschakeld is.

Hoe sluit u de enkelvoudige schakelaar aan?

  • Verbindt eerst u de blauwe draden (dit is de nulleider) van de kabel die toekomt met de kabel die vertrek naar de lamp door middel van wago’s of lusterklemmen
  • De bruine of zwarte draad die toekomt (dit is de L1) wordt vervolgens aangesloten op de diepste schroef van de schakelaar L1
  • Sluit op de laatste, informele schroef de zwarte of bruine draad aan
  • Verbind de aardingsdraden met mekaar door middel van glansklemmen van wagens

2) Dubbelpolige of tweepolige schakelaar

Een dubbelpolige schakelaar wordt meestal geplaatst in ruimtes zoals de badkamer. De
reden hiervoor is dat bij een tweepolige schakelaar een kleinere kans op lekstroom is. De tweepolige
schakelaar verkleint het risico tot 0. Een tweepolige schakelaar is dus veiliger. Hij wordt ook
gebruikt om 1 lichtpunt te bedienen op 1 plaats.
Bij een tweepolige schakelaar wordt er dus gewerkt met 4 aansluitklemmen. Beide stroomdraden worden onderbroken wanneer de schakelaar uitgeschakeld is.

Hoe sluit u de dubbelpolige schakelaar aan?

  • De blauwe kabel die toekomt wordt aangesloten op L2 en de bruine van zwarte kabel die toekomt op L1.
  • De blauwe kabel die gaat naar de lamp wordt aangesloten op 2
  • De bruine of zwarte kabel die gaat naar de lamp wordt aangesloten op 1
  • De aardingskabels worden met wago’s of lusterklemmen met mekaar verbonden

 

Wat zijn de mogelijke oplossingen in het geval dat uw led-verlichting zwak blijft branden?

  • Een eerste mogelijkheid om te vermijden dat uw LED-lampen blijven branden is om te werken met een tweepolige schakelaar waarmee u beide stroomdraden uitschakelt.
    Het probleem is wel dat er een nul bij de schakelaar moet zitten daar waar bij de enkelpolige enkel een fase is. Er zou dan dus een extra nuldraad moeten worden getrokken vanaf de schakelaar naar het lichtpunt indien deze er niet zou zijn. Ook kan het zijn dat bij lange installatiedraden de fase- en nuldraad toch nog geen inductiespanning gaat opwekken, ook als deze schakelaar zou uitgeschakeld zijn. Dit is te bepalen aan de elektrische wisselspanning waarbij andere draden in dezelfde leiding lopen, inductiespanning kunnen doen ontstaan.
  • Een tweede oorzaak waardoor uw lampen blijven branden kan de dimmer zijn: In het geval dat u met een dimmer werkt, kan het zijn dat deze niet goed aangesloten zit. Ook kan het zijn dat u niet het juiste type dimmer heeft. Er zijn vele soorten dimmers: fase aansnijding, fase afsnijding, Dali, 1-10V, 0-10V,… overtuigend uw leverancier om de juiste dimmer aan te schaffen voor uw led-lampen.
  • Een derde mogelijkheid om lekstroom met LED op te lossen, is te werken met een compensator. Dit wordt parallel over de verlichting geplaatst en hij beperkt dan de overtollige spanning die de lamp nog uitstraalt zodat ze niet meer gloeit. Een compensator wordt over de plus en de min van de lamp geplaatst. Zo een compensator zonder stroom en kost u dus geen verbruik. Een compensator werkt meestal voor 230V LED lampen. LED lampen op 12V of 24V kunnen niet rossen werken met een compensator.

Geen producten in de winkelwagen.